Nieuws en berichten

  • Feb 09
  • Reactie op artikel AD: 'Dyslexie is het gevolg van slecht onderwijs'

    "Het feit dat een groeiend aantal kinderen de diagnose dyslexie en dyscalculie krijgt, ligt niet aan de kinderen, maar is het gevolg van slecht onderwijs" lezen wij vanmorgen in de krant. Anna Bosman twijfelt zelfs aan het bestaan van dyslexie. Merkwaardige uitspraken uit de mond van een hoogleraar. Er zijn zeker nog veel onbeantwoorde vragen omtrent dyslexie, maar aan het bestaan ervan wordt in de wetenschappelijke wereld niet getwijfeld. Dat dyslexie bestaat weten we omdat een immens grote hoeveelheid studies laat zien dat mensen met dyslexie onder andere minder goed presteren op taken die een beroep doen op de verwerking van spraakklanken. Deze moeilijkheden blijken een biologische oorsprong te hebben: de hersenen van mensen met dyslexie zijn een beetje anders dan van mensen met een normale leesontwikkeling. Natuurlijk zouden deze verschillen ook het gevolg van het leren lezen kunnen zijn, maar dat is niet zo. Ze worden namelijk ook al gevonden bij jonge kinderen nog ver voordat zij leren lezen. Bovendien weten we dat ook genetische aanleg een rol speelt bij dyslexie. Onderzoek laat zien dat dyslexie over de hele wereld voorkomt. Betekent dit dat het onderwijs wereldwijd in een crisis verkeert? Zelfs in Finland, met haar alom geprezen onderwijssysteem, zijn er kinderen met dyslexie (en met dyscalculie).

    Ook merkwaardig is dat in het stuk de wildgroei aan dyslexieverklaringen wordt aangehaald om aan te tonen hoe slecht het wel niet is gesteld met ons leesonderwijs. Dit terwijl het primaire probleem met de
    dyslexieverklaringen juist is dat ze dikwijls worden afgegeven zonder dat een leesprobleem is vastgesteld. In de uitzending van Rambam vorig jaar werd duidelijk dat deze verklaringen ook zonder (gedegen) diagnostisch onderzoek of zelfs na telefonische onderhandeling kunnen worden verkregen. Bovendien bleken sommige studenten dyslexie succesvol voor te wenden. Het grote aantal dyslexieverklaring weerspiegelt dus tekortkomingen in het beleid en is geen betrouwbare graadmeter voor hoe het met ons leesonderwijs is gesteld.

    Wij vinden het tot slot wel erg gemakkelijk om alle schuld bij het onderwijs te leggen, wetende dat leerkrachten dag in dag uit met grote kind-betrokkenheid hun vak uitoefenen. Het is pijnlijk te zien dat in één stuk zowel het lijden van een groep kinderen die dagelijks worstelen met het leren lezen of rekenen als de kennis en inzet van onze leerkrachten wordt gebagatelliseerd.

    In de tien jaar die we nodig hebben om goed te leren lezen kan veel misgaan. Wij steunen de gedachte dat we daarbij factoren die buiten het kind liggen, zoals de kwaliteit van het onderwijs, niet uit het oog mogen verliezen. Een pleidooi voor beter leesonderwijs is daarom altijd goed. Ook moeten we gezamenlijk een vuist maken tegen de zwendel met dyslexieverklaringen. Laten we echter in onze strijd altijd zorgvuldig blijven, bij de feiten blijven en vooral dyslexie niet gering achten. Mensen met dyslexie hebben in onze geletterde samenleving een groot probleem, een probleem dat het verdient serieus genomen te worden.

     

    Met vriendelijke groet,
    Jurgen Tijms, Sebastián Aravena, Mirthe Stoop; IWAL Instituut voor Leerproblemen en het Rudolf Berlin Center, expertisecentrum voor leerproblemen aan de Universiteit van Amsterdam.